
Op woensdag 30 december 2009 hoorde ik op “Omrop Fryslân” een interview met de korpschef van de Friese politie, mevrouw M. Berndsen.
Het interview had te maken met de wel zeer zorgelijke financiële huishouding van het korps.
De bouw en aankoop van bureaus heeft zo bleek in maart van 2009 een overschrijding van 69 miljoen euro opgeleverd.
Daarnaast zal het Rijk in verband met bezuinigingen minder geld beschikbaar stellen voor de politie . Ook politie Fryslân zal daar de gevolgen van gaan ondervinden.
Op een tweetal opmerkingen van mevrouw Berndsen uit dit interview wil ik even nader ingaan
Ze gaf aan dat de financiën van het Rijk voldoende waren voor een betaalbare hoeveelheid politie personeel van 1356 personen. De huidige kopsterkte is echter 100 personen groter.
Deze benadering dat de hoeveelheid geld bepalend is voor de politiezorg voor de burgers lijkt mij een onjuiste stelling.
De stelling moet volgens mij zijn: “Welke politiezorg mag de burger verwachten, welke zorg wil je leveren, op welke tijdstippen, met welke beschikbaarheid/aantallen en met welke kwaliteit.”
Uiteraard moet je daarna kijken wat gaat dat kosten. Kost het meer dan er aan financiële middelen vanuit de Rijksoverheid komt, dan zul je naar mijn stellige overtuiging de landelijke overheid daar over moeten aanspreken.
Laat de minister maar aangeven op welke onderdelen het minder zal moeten. Laat de rijksoverheid zelf de kaasschaaf maar gebruiken. Maak haar daarmee verantwoordelijk voor de te leveren politiezorg.
Communiceer dat dan ook naar je burgers. Aan de burgers wordt telkens bij verkiezingen, aangegeven dat politiezorg hoog op de agenda staat. Laat die burger maar weten hoe daar mee wordt omgegaan. Hoe belangrijk het werkelijk geacht wordt.
Het volgende punt waar ik op in wil gaan is dat ik mevrouw Berndsen hoorde zeggen dat wij een “vergrijst” korps hebben. Hoe is het mogelijk?
Tijdens mijn werkzame leven bij de gemeentepolitie Leeuwarden en bij de regiopolitie Friesland is er vanuit de dienstcommissie en buitengewone regionale dienstcommissie, de huidige ondernemingsraad, telken male gewezen op de zeer ongunstige leeftijdsopbouw van de medewerkers. Even zo vaak is toegezegd dat bij de werving en opleiding van personeel aan een evenwichtige leeftijdsopbouw van het personeel gewerkt zal worden.
Ik kan nu niet anders concluderen dan dat er op dat terrein kennelijk niets bereikt is.

0 reacties:
Een reactie plaatsen